Studentenbevraging (hoger onderwijs)

Studentenbevraging (hoger onderwijs)
Het clichébeeld van de drinkende of marihuana rokende student gaat al decennia lang mee. Maar is dat terecht? In 2005 en in 2009 nam VAD deel aan twee grootschalige onderzoeken naar middelengebruik bij studenten. In de publicatie ‘In hogere sferen? (volume 2). Een onderzoek naar het middelengebruik bij Vlaamse studenten’ wordt een ruim beeld geschetst over het middelengebruik bij studenten in de Associatie Universiteit Gent en in de Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen.

Alcoholgebruik

Negen op de tien studenten gebruikten het afgelopen jaar alcohol. Ongeveer één op de negen mannelijke studenten vertoont duidelijke risico’s op problemen ten gevolge van het alcoholgebruik. In de vrouwelijke studentenpopulatie ligt dat aandeel duidelijk lager.
Een belangrijk aspect in problematisch alcoholgebruik is binge drinking (voor vrouwen minstens vier glazen alcohol drinken binnen de 2 uur, voor mannen minstens zes glazen in dezelfde tijdspanne). Ongeveer één op de twaalf studenten doet minstens een keer per week aan binge drinking. Hoe frequenter binge drinking zich voordoet, hoe hoger het risico op problematisch gebruik. Een ander belangrijk aspect in de ontwikkeling van toenemend gebruik tot probleemgebruik is de beginleeftijd: hoe vroeger men begint met drinken, hoe frequenter het actuele gebruik en hoe meer kans op probleemgebruik.

Illegaledruggebruik

Ruim vier op de tien studenten heeft ooit cannabis gebruikt, ruim een vijfde heeft dat het afgelopen jaar gedaan. Op een totale studentenpopulatie van om en bij de 85.000 studenten zijn er naar schatting 800 studenten die het hele jaar door elke dag cannabis gebruiken. Er is een duidelijk verband tussen de frequentie van cannabisgebruik en de kans op een zwaardere problematiek tengevolge van dit gebruik.
Wat andere illegale drugs betreft, blijft het laatstejaarsgebruik van de in het onderzoek opgenomen producten xtc, amfetamines en cocaïne beperkt tot een kleine minderheid van de studenten (telkens 3%). Als we het regelmatig gebruik bekijken, wordt dit qua grootteorde zelfs een marginaal gegeven.

Prestatiegerichtheid als buffer voor gebruik, gebruik als risicofactor voor prestaties

Opvallend is dat het gebruik van de genotsmiddelen alcohol en illegale drugs (inclusief cannabis) zeer sterk terugvalt tijdens examenperiodes. De hogere prestatiedruk in deze periodes noopt veel studenten tot een tijdelijke vermindering of zelfs stopzetting van hun gebruik. Anderzijds valt op dat het gebruik en de gebruiksfrequentie van slaap- en kalmeermedicatie en van stimulerende medicatie sterk toeneemt tijdens de examenperiode.
Alhoewel voor de overgrote meerderheid van de studenten het middelengebruik geen invloed heeft op het studeren, zijn er ook aanwijzingen dat voor sommigen het middelengebruik samenhangt met verminderde studieprestaties. Zo is de kans dat een les wordt gemist groter naarmate men vaker aan binge drinking doet.

Het studentenleven als facilitator

Specifieke kenmerken van het studentenleven kunnen een invloed hebben op (problematisch) middelengebruik. Studenten die op kot wonen, drinken bijvoorbeeld grotere hoeveelheden alcohol en kennen een verhoogd risico op problematisch alcoholgebruik. Studenten die deel uitmaken van het bestuur van een studentenvereniging en studenten die regelmatig deelnemen aan studentikoze activiteiten gebruiken frequenter alcohol en verzetten grotere hoeveelheden alcohol, wat leidt tot een verhoogde kans op problematisch alcoholgebruik.

Conclusie

Het overgrote deel van de studentenpopulatie in de Associatie Universiteit Gent en in de Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen wordt niet gekenmerkt door opvallend sterk of problematisch middelengebruik. Toch zijn er aanwijzingen dat in het studentenleven problematisch middelengebruik om de hoek loert. Een vrij aanzienlijk deel van de studenten kampt met symptomen van problematisch alcoholgebruik. Vooral het vrij algemeen voorkomend binge drinking is sterk risicoverhogend. Algemeen kunnen we stellen dat de studenten best wat informatie en sensibilisering kunnen gebruiken en dat voor enkele honderden studenten er bovendien nood is aan advies en/of hulp. Pistes voor vroeginterventie verdienen, gezien hun doeltreffendheid, de nodige aandacht.

bron : http://www.vad.be

Evaluatierapport uitbreiding studieduuromvang humane wetenschappen

De introductie van de tweejarige master heeft een grote impact op studenten, veel groter dan pakweg de directe impact van de integratie van de academische opleidingen in de universiteit.

Naast de uitbreiding van de studieduuromvang met bijbehorende extra studiekost heeft de implementatie een grote impact op de kwaliteit van de opleiding en bijgevolg ook op de waarde van het diploma. Waarborgen voor kwaliteit en capaciteit zijn dus cruciaal. Tegenover de pijnpunten en bekommernissen staat er de meerwaarde die een uitbreiding van de studieduuromvang kan meebrengen. De studenten hebben door middel van een tweejarige master immers meer tijd om grondig onderzoek te verrichten in functie van hun thesis, ze zullen deze met meer kwaliteit kunnen afleveren en het aantal thesisjaren die nu genomen worden zullen verminderen.

Door middel van een tweejarige master zullen er ook meer studenten de kans hebben om een internationale ervaring op te doen, wat een duidelijke meerwaarde voor hun opleiding is. In het debat van de indaling van de lerarenopleiding pleit VVS voor een dubbele organisatie, met name het aanbieden van de lerarenopleiding in zijn aparte vorm voor zijinstromers en laattijdige beslissers alsook voor een ingedaalde versie die in alle tweejarige opleidingen voor hetzelfde aantal studiepunten wordt gerealiseerd. Voor VVS ligt het ideale aantal op 45 studiepunten indaling. Net door de mate van mogelijke impact van deze uitbreiding van de studieduuromvang houdt VVS het dossier nauw in de gaten. Studenten kunnen slechts instemmen met een uitbreiding van de studieduuromvang indien voldaan is aan een aantal eisen. Er kan slechts overgegaan worden tot een verlenging van de studieduur indien dit voor de specifieke opleiding noodzakelijk is en de kwaliteit ten goede komt.

Lees het volledige evaluatierapport hier.

Bron : vvs